Bevalling

Hoe een bevalling verloopt en wanneer je ons moet bellen, krijg je allemaal te horen als je mee gaat naar het gesprek over de bevalling.
Wat kan je hier dan wel lezen?
Wat jij kan doen om je partner bij te staan bijvoorbeeld.

De contracties/samentrekkingen/weeën worden gemaakt door oxytocine. Oxytocine heeft veel functies en kan voor een hoop dingen zorgen. Je kunt er knuffelig van worden, maar het kan er ook voor zorgen dat iemand heel beschermend of zelfs agressief wordt, bijvoorbeeld als je eigen kind bedreigd wordt.
Het oxytocinegehalte is het hoogst als de zwangere het meest ontspannen is. Dat is in de regel als ze slaapt. Dit is de verklaring voor het feit dat weeën vaak ’s nachts beginnen. Oxytocine heb je nodig om weeën te maken. Als je erg gespannen bent, wordt die aanmaak van oxytocine geremd en vaak maak je dan adrenaline aan.
Adrenaline is een hormoon dat je namelijk aanmaakt in spanningssituaties. Het maakt je alert, klaar om te vluchten of te vechten. En het werkt helaas weeën-remmend.
Spanning kan dus zorgen voor minder weeën. Ook de spanning die jij voelt kun je overbrengen op je partner. En dat is niet bevorderlijk voor de voortgang van de bevalling.
Tijdens de bevalling is ontspanning dus erg belangrijk.

Ontsluitingsfase

Als de oxytocine goed op gang komt ontstaan er regelmatige samentrekkingen. Misschien eerst elke twintig minuten, elke tien minuten of elke zeven minuten. En op een gegeven moment elke vijf minuten of vaker. Als dit een uur aanhoudt, is de kans erg groot dat de bevalling is begonnen.

Wanneer is de bevalling nu echt begonnen?

De bevalling is begonnen bij regelmatige contracties van de baarmoeder, met daarbij veranderingen in de baarmoedermond.
De baarmoeder heeft de vorm van een opgeblazen ballon, inclusief een tuutje aan de onderkant. De veranderingen zitten in het onderste tuutje. De meest bekende verandering is de ontsluiting.
Ontsluiting is het opengaan van de baarmoedermond en wordt uitgedrukt in centimeters.
Ontsluiting meet een verloskundige met haar vingers, dus geen ingewikkelde apparaten. Als een verloskundige een vaginaal toucher (inwendig onderzoek met de vingers) uitvoert, dan voelt ze in de vagina naar (onder andere) het openstaan van de baarmoedermond. Let op: hoewel er onderling een beetje speling kan zijn in hoe een verloskundige interpreteert wat ze voelt, maakt het voor het resultaat niet uit of ze grote of kleine handen heeft.
Voordat bij een eerste bevalling ontsluiting kan ontstaan, moet de baarmoederhals verstrijken. Verstrijking is bij de meeste mensen minder bekend dan ontsluiting.
Verstrijken is het korter worden van de baarmoederhals totdat deze niet meer te voelen is.
Bij een vrouw die voor het eerst bevalt, moet een baarmoeder eerst verstrijken en kan dan pas ontsluiten.
De bevalling is begonnen wanneer de verloskundige dat vaststelt.
Hier heb je praktisch gezien niet veel aan als je moet beslissen wanneer je bijvoorbeeld de verloskundige moet gaan bellen. En toch werkt het prima in de praktijk.

Wanneer bellen jullie de verloskundige?

  • Bij regelmatige weeën om de vijf minuten gedurende een uur
  • Bij helderrood bloedverlies, meer dan bij een menstruatie (dat weet zij wel)
  • Bij vochtverlies (let op de kleur: helder, greel, groen of bruin? babypoep in het vruchtwater?)

Er zijn (veel) andere redenen om de verloskundige te bellen. Dit zijn de belangrijkste redenen:

  • Bij geen of duidelijk minder beweging voelen van de baby
  • Bij ongerustheid
  • Een persoonlijke, specifieke reden die je gehoord hebt van jullie verloskundige.

Weeën om de vijf minuten

Bij weeën van een minuut die om de vijf minuten komen, heb je een minuut een wee, dan vier minuten niks, dan weer een wee. Je telt dus vanaf het begin van de ene wee tot het begin van de andere wee.
Als de bevalling is begonnen ontsluit je partner met ongeveer een centimeter per uur (bij een eerste bevalling). Let op: in het begin kan het zijn dat dit langzamer gaat, waarna het in het tweede gedeelte weer compenseert. Kort gezegd: de eerste vier centimeter ontsluiting duren vaak wat langer dan vier uur, de laatste zes gaan vaak sneller dan zes uur. Sommige verloskundigen hanteren het begrip latente fase (de eerste vier centimeter die langzaam gaan) en actieve fase (na vier centimeter).

Er is bij elkaar tien centimeter ontsluiting nodig.

Volledige ontsluiting is tien centimeter

Dit is niet altijd exact tien centimeter. Wat van belang is, is dat verloskundige tijdens het vaginaal toucher (het inwendig onderzoek) geen rand meer voelt van de baarmoedermond, maar dat deze volledig ‘weg’ is, zodat ze alleen het hoofdje van de baby voelt.

De ‘ontsluitingssnelheid’ van een cm/uur is maar zeer gemiddeld en niet voorspellend hoe het verder gaat. Je kunt het beste tijdens de ontsluitings-fase de klok niet meer gebruiken maar je tijd in centimeters berekenen. Dus niet: ‘ze heeft zes centimeter dus we moeten nog vier uur’, maar wel: ‘ze heeft zes centimeter dus we moeten nog vier centimeter’.

Wat zijn eigenlijk weeën?

Weeën zijn contracties (samentrekkingen) van de baarmoeder die ontsluiting of verstrijking veroorzaken. Die samentrekkingen zijn pijnlijk. Daar kunnen we lang of kort over praten, maar pijn doen ze. Er wordt wel gezegd dat zolang je partner twijfelt of het een wee is, het geen wee is. Een echte wee herkent ze namelijk, ook als ze er nog nooit eerder eentje gehad heeft. Het is lastig om uit te leggen hoe een wee voelt.
Een wee komt meestal rustig op, bereikt een piek en zakt dan weer af in kortere tijd. Verder hebben vrouwen met weeën helpende hormonen en weten ze wanneer ze komen .
Onthoud dat als je partner in de ontsluitingsfase zit, ze ongeveer elke vijf minuten een wee heeft die ongeveer 60 seconden duurt. De ontsluitingsfase voor een eerste bevalling is gemiddeld tien tot vijftien uur.
Ter relativering: als je partner tien uur lang weeën om de vijf minuten heeft, dan heeft ze tijdens die tien uur ongeveer twee uur pijn en acht uur niet.
Natuurlijk komen de weeën op het eind, bij acht of negen centimeter ontsluiting, vaak niet om de vijf maar om de drie minuten, maar hopelijk relativeert dit voorbeeld.

Weeënwerk

Een bevalling is topsport maar geen wedstrijd.
Als de wee opkomt, is het allemaal nog goed te doen, maar naarmate je dichter bij de top komt wordt het steeds zwaarder. De manier van ademhalen wordt steeds belangrijker, net als de concentratie.
Als de wee komt, moet ze zich concentreren op de wee, haar ademhaling en haar spieren. Misschien vindt ze het fijn om ergens in te knijpen (jouw hand bijvoorbeeld), misschien wil ze niet gestoord worden in haar concentratie of misschien heeft ze jouw hulp en coaching nodig om de top van de wee te halen.
Als ze eenmaal net over de top van de wee is, kan ze een begin maken met de weg naar beneden, de ontspanning in haar ademhaling en spieren proberen terug te vinden, en langzaam de spanning los te laten.
Tussen de weeën door is het goed als ze zich zoveel mogelijk ontspant.
Bij het opkomen van de wee, wordt vaak waarde gehecht aan een bepaalde manier van ademhalen. Dat kan zijn ademhalen naar de flanken, naar de buik, naar de voeten of in een ‘altijd is kortjakje ziek’-ritme (‘heerlijk helder Heineken’ heeft overigens net zo veel lettergrepen en is makkelijker te onthouden).
De waarheid is: het maakt allemaal niks uit. Toch zit er waarheid in al die oefeningen. Waar het op neerkomt, is dat je partner zich niet verzet tegen de wee, haar verstand op nul zet en haar blik op oneindig richt. Als ze zelf een ritme vindt waarin ze comfortabel kan ademen, dan is dat prima en moet je haar vooral niet uit dat ritme halen omdat ze iets anders geleerd heeft. Andersom, als ze het ritme kwijt is, kan het wel helpen als je haar helpt om weer in het ritme te komen. Wat je dan moet onthouden is dat het niet uitmaakt hóé ze ademt, áls ze maar inademt door haar neus en uitademt door haar mond.